Zorg dat je baby veilig slapen kan
Een aantal dingen kan je doen om ervoor te zorgen dat je baby veilig slapen kan:
De juiste temperatuur voor veilig slapen
Zorg ervoor dat je baby niet te warm of te koud wordt. Een goede temperatuur is erg belangrijk, wanneer het gaat om veilig slapen. Vooral omdat het bekend is dat een te hoge lichaamstemperatuur voor een grotere kans op wiegendood zorgt. Ook te koud slapen is niet goed voor je kind. Om het juiste slaapklimaat te creëren, moet je goed letten op de combinatie kleding, beddengoed en de kamertemperatuur.
Na de eerste weken is een kamertemperatuur van 16-18 °C voldoende. In de warme zomermaanden is deze temperatuur vaak niet haalbaar en zal hij wat hoger liggen. Dit is helemaal niet erg. Houd er echter wel rekening mee bij het aankleden en het toedekken van je kind. De temperatuur van je baby kun je het beste controleren in zijn nek of aan zijn voetjes. De kamertemperatuur bepaal je met een thermometer.
Eigen bedje
Laat je baby niet bij je in bed slapen. Dit is zeker in de eerste 4 maanden een risicofactor voor wiegendood. Het kind kan het te warm krijgen door het dekbed, tussen matrassen bekneld raken, uit bed vallen of met zijn gezichtje tegen kussens aandrukken. Bovendien kan een slapende ouder op het kind rollen. Zeker niet veilig slapen op deze manier. Het risico neemt toe als ouders roken, hebben gedronken, medicijnen of drugs hebben gebruikt, erg vermoeid of gestrest zijn of overgewicht hebben. Wil je je kind toch in de gaten houden, omdat hij bijvoorbeeld ziek is, zet dan de (reis)wieg of het campingbedje naast je eigen bed.
Veiligheid
Er is voldoende afstand tussen wieg of ledikant en (gordijn)koorden en snoeren. Wanneer je kind erbij kan, bestaat het gevaar dat hij hierin verstrikt raakt.
Gebruik geen dekbed
Gebruik de eerste twee jaar geen dekbed. Een deken in dekbedovertrek is wel toegestaan. Een dekbed kan namelijk veel te warm zijn voor een baby. En het kind kan zich gemakkelijk onder of in het losliggend beddengoed wurmen. Dit kan de ademhaling belemmeren. Een deken in een dekbedhoes kan wel, maar dan moet de deken even groot zijn als de hoes. De dekbedhoes moet groot genoeg zijn, zodat deze aan de onder- en zijkanten minimaal 10 cm. onder het matras ingestopt kan worden. De hoes moet goed sluiten. Maak net als bij gebruik van een dekentje en lakentje het bedje kort op – voetjes tegen het voeteneinde.
Slaapzak baby
Vaak slapen pasgeborenen niet direct in een babyslaapzakje. Dat is niet nodig en ook niet praktisch. Vanaf het moment dat een baby zich blootwoelt of omhoog schuift in zijn bedje, waardoor hij bloot komt te liggen, is het handig om een slaapzakje te gebruiken. Het grootste pluspunt van een babyslaapzak is dat een kind niet de kans krijgt om onder de deken te kruipen. Hierdoor wordt de kans op warmtestuwing en adembelemmering beperkt. Daarnaast maakt een babyslaapzak het moeilijker voor een jonge baby om te draaien van rug naar buik. Hij kan zich ook niet blootwoelen. Maar zorg dat de baby veilig kan slapen.
De babyslaapzak is in vele modellen verkrijgbaar. Met of zonder mouwtjes. Gewatteerd en ongewatteerd. Het belangrijkst is om een goed passende slaapzak te kopen. De armsgaten en de halsopening mogen niet te groot zijn. Zo kan je kind niet in de babyslaapzak terecht komen. De babyslaapzak moet sluiten met een rits, niet met knopen. Knopen kunnen loslaten en verstikking veroorzaken. Ook kan de grootte van de halsopening variëren als een knoopje niet wordt dichtgedaan. Bij het gebruik van een gewatteerde slaapzak is ander beddengoed meestal niet nodig.
Rugligging
Leg een baby vanaf de geboorte altijd in rugligging te slapen. Als een baby zichzelf vlot om en om kan draaien, kan de baby zelf zijn slaaphouding bepalen. Op zijn rug ligt je baby het veiligst en kan hij vrij en ongehinderd ademen. Het risico dat je baby overlijdt aan wiegendood wordt zo aanmerkelijk kleiner.
Om ervoor te zorgen dat je baby op zijn rug blijft liggen, is het verstandig een trappelzak in de maat van je baby te kopen en niet één ‘op de groei’. Ook is het aan te raden om de dekentjes goed vast te stoppen onder het matras. Controleer daarnaast regelmatig of je baby nog op zijn rug ligt.
Vrij ademen
Zorg dat je baby vrij kan ademen. Zorg dat het beddengoed stevig vastligt en maak het bedje ‘kort’ op. Dat wil zeggen: leg je baby met zijn voetjes vrij dicht tegen het voeteneinde van het wiegje of ledikant en dek hem dan toe tot zijn schouders. Zo kan je kind nooit helemaal onder het beddengoed terechtkomen. Gebruik in het bed geen kussen, (plastic) hoofd- of zijwandbeschermers, een plasmatras, zeiltjes, tuigjes of koordjes.
Wakker tussen slaapjes door
Een andere manier om te ontdekken wanneer je kind moe is, is te weten hoeveel een baby gemiddeld wakker is tussen twee slapen. Een baby van 0 tot 2 weken is ongeveer drie kwartier wakker tussen twee dutjes door. Een baby van 2 tot 6 weken zo’n drie kwartier tot een uur en een baby van 7 tot 12 weken is meestal een uur tot vijf kwartier wakker tussendoor. Voor baby’s van 3 tot 5 maanden geldt zo’n anderhalf uur. Let wel: dit zijn gemiddelden, ieder kind is anders.
Twijfel je of er sprake is van vermoeidheid door een lichamelijk oorzaak? Raadpleeg het consultatiebureau of je huisarts. Luister naar je intuïtie.
Rookvrije omgeving
De directe omgeving van je kind is rookvrij, want er is een duidelijk verband tussen roken en wiegendood. Hoe meer sigaretten worden gerookt, des te groter het risico op wiegendood. Luchtwegaandoeningen komen vaker voor bij kinderen van rokende ouders. Een kind rookt passief mee als je als rokende ouder (borst)voeding geeft of je kind bij je in bed neemt. Het beste is: niet roken in aanwezigheid van je kind.
TOG-waarde: index tegen warmtestuwing
Producten zoals dekens, babyslaapzakken, trappelzakken en inbakerdoeken krijgen een TOG-waarde mee. Deze geeft aan wat de warmteweerstand en isolatie is van het product. Je weet dan of je baby het bij kamertemperatuur niet te koud en zeker niet te warm heeft. Als je baby het te warm heeft, kan dit namelijk het risico op wiegendood verhogen. De TOG-waarden worden weergegeven in een index.
Veilige TOG-waarden voor een baby, gemeten bij kamertemperatuur, liggen tussen 0 en 4,0. een waarde boven 4,0 kan voor een baby verhoogd risico op warmtestuwing geven. In zijn algemeenheid geldt hoe hoger de TOG-waarde, hoe warmer en beter het materiaal isoleert. Natuurlijk zijn er ook andere omstandigheden waarmee je rekening houdt: koorts, kleding (een rompertje geeft ook een TOG-waarde af) en voorkeur. Controleer altijd regelmatig je kleine op warmtestuwing.
(O)vermoeidheidssignalen
Vermoeidheidsignalen
- Jengelen
- Zachtjes huilen
- In de ogen wrijven
- Gapen
- Gebalde vuisten
- Oogcontact vermijden
- Naar de oren grijpen
- Op de vingers sabbelen
- Sloom of suf overkomen
Oververmoeidheidssignalen
- Geïrriteerd zijn
- Dikke oogjes
- Heel druk doen
- Wegdommelen
- Met de armen maaien
- Met de benen trappelen
- Stoppen met huilen als je ze oppakt maar snel opnieuw huilen
