EERSTE KEER AANLEGGEN

Als je borstvoeding wilt geven, is het goed om je baby zo snel mogelijk na zijn geboorte voor de eerste keer aan te leggen. Vlak na de bevalling heeft je baby namelijk een heel sterke zuigreflex. Ook stimuleert het aanleggen en het huid-op-huidcontact de melkproductie doordat er bij jou bepaalde hormonen worden aangemaakt. Wanneer je zachtjes zijn wangetjes of mondje aanraakt, zul je zien dat je kind zijn hoofdje meteen in de richting van de aanraking draait, zijn mondje opendoet en zuigbewegingen maakt, met kleine smakgeluidjes.

Het zuigen van je baby zorgt ervoor dat je borsten melk gaan maken. In je tepels zijn namelijk zenuwen aanwezig die, als ze door je kind worden gestimuleerd, signalen doorgeven aan je hersenen om bepaalde hormonen aan te maken. Deze hormonen zorgen ervoor dat je melkklieren melk gaan maken en dat de spieren in je borsten zich gaan samentrekken om de melk naar buiten te stuwen. Dit heet toeschietreflex.

Je baby en jij kunnen de eerste dagen na de bevalling gebruiken om aan het voeden te wennen. De melkproductie in deze periode namelijk nog niet optimaal. Gelukkig heeft je baby vlak na de bevalling ook nog niet zoveel voedsel nodig, omdat hij in de baarmoeder een reserve heeft aangelegd. Deze tijd is dan ook uitermate geschikt om de techniek van het voeden in de vingers te krijgen, zowel voor jou als voor je kind.

Probeer uit wat voor jou de fijnste manier is.
Kan je baby niet zelf uit je borst drinken? Dan is kolven een goede oplossing.

 

De eerste voeding

Het eerste vocht dat je borsten produceren heet colostrum. Je borsten beginnen al in de laatste weken van je zwangerschap met de aanmaak van deze gelige, transparante vloeistof. Het is ook de eerste ‘melk’ die je baby na de geboorte binnenkrijgt.

Colostrum is eigenlijk een soort supermelk. Het bevat namelijk een heleboel afweerstoffen, die je baby beschermen tegen bacteriën en andere schadelijke invloeden. Er zitten meer mineralen, eiwitten en vitamines in dan in de normale voeding, en minder vetten en suikers.
Daarnaast stimuleert het colostrum de spijsvertering van je kind: het werkt namelijk laxerend en zorgt ervoor dat de organen van je kind beginnen met het opruimen van de afvalstoffen die zich tijdens de zwangerschap in zijn lichaam hebben verzameld.
Drie tot vijf dagen na de bevalling maakt het colostrum plaats voor melk. Je ziet de vloeistof dunner worden en van kleur veranderen. In plaats van roomgeel wordt het langzaam blauwachtig wit. Dat komt omdat het eiwitgehalte van de melk afneemt. Na ongeveer tien dagen is het colostrum volledig vervangen door normale moedermelk.


Toehappen

Als het mondje van je baby opengaat en hij toehapt, moet je ervoor zorgen dat hij je hele tepel in zijn mond neemt. Niet alleen het puntje van je tepel, maar ook de hele tepelhof. Anders kan je kind nauwelijks iets uit je borst krijgen en loop je het risico op tepelkloven. Het kan zijn dat je kind een paar keer moet toehappen voordat dit lukt. Als je met je hand je borst een beetje plet bij het toehappen, steekt je tepel wat verder naar voren en maak je het voor je baby makkelijker om je tepel goed in zijn mondje te nemen.
Het toehappen is gelukt, wanneer je baby de tepelhof in zijn mondje heeft, met zijn tongetje en onderkaak onder je tepelhof, zijn onderlipje naar buiten gekruld en zijn kinnetje vlak tegen je borst. Let erop dat de neusgaten van je baby niet tegen je borst drukken, zodat hij vrij kan ademhalen tijdens het drinken.


Forceer het niet!

Het is niet goed om je baby te forceren bij het aanleggen. Ga dan ook vooral niet proberen om met je vingers zijn mondje open te krijgen of om zijn hoofdje met je handen in de goede richting te duwen. Dat heeft in de meeste gevallen alleen maar een averechts effect. Je baby zal verward raken, boos worden en gaan huilen. Voeden gaat het beste wanneer je jezelf en je baby alle tijd gunt, zodat jullie allebei volkomen ontspannen zijn.

Als je kind te weinig ruimte heeft om te ademen, kun je hem bij zijn billetjes wat dichter naar je toe trekken. Zo komt zijn neusje vrij. Bovendien ligt je kleintje zo vaak nog beter aan de borst, omdat hij wordt gedwongen om een groter deel van de onderkant van je tepel in zijn mond te nemen. Daardoor kan hij, met behulp van zijn onderkaak en tongetje, beter de voorraadholtes achter je tepelhof leegzuigen.
De meeste baby’s likken eerst een beetje aan je tepel, voordat ze beginnen met zuigen. Daarna maken ze wat korte zuigbewegingen. Zodra je melk is toegeschoten, begint je kind daadwerkelijk met drinken. Daarbij zie je zijn wangetjes bewegen alsof hij aan het kauwen is. Je zult merken dat je kind niet continu blijft drinken: soms stopt hij even om de melk te laten bezinken, maar gaat daarna weer verder.


Het ritme van de borstvoedingen

Je moet zelf beslissen of je je baby op vaste tijdstippen wilt voeden of dat je hem voedt wanneer hij erom vraagt. In het begin is het wel van belang om op verzoek te voeden om de melkproductie op gang te krijgen. op den duur ontstaat vanzelf een ritme.


Hoe lang laat je je baby drinken?

In principe kun je je baby vanaf de geboorte zo vaak, zo veel en zo lang laten drinken als hij zelf wil. Hij weet zelf immers het beste hoeveel voeding hij nodig heeft. Voorheen werd nog wel eens aangeraden om te beginnen met korte voedingen van ongeveer vijf minuten per keer. Zo zou je je tepels kunnen laten wennen aan het zuigen van je baby. Deze methode heeft echter meer negatieve effecten dan positieve.

Pijnlijke tepels worden over het algemeen niet veroorzaakt doordat ze nog niet gewend zijn aan het zuigen van je kind, maar doordat je kleine op een verkeerde manier is aangelegd. Alleen aan het begin van elke voeding kun je een vervelend gevoel in je tepel hebben, omdat deze wordt uitgerekt door het zuigen. Dat gevoel hoort tijdens het voeden weg te trekken. Houd je de hele voeding door pijn, dan kun je je kleine het beste opnieuw aanleggen. Heb je echt aanhoudend pijn, vraag dan deskundig advies. Het is dus niet zo dat je je tepels kunt laten ‘wennen’ aan het voeden door de vijf-minuten-regel te hanteren.

In het begin moet je baby nog leren drinken. Als je hem elke keer maar kort aanlegt, krijgt hij onvoldoende kans om te oefenen. Bovendien krijgt hij dan, ook omdat hij nog niet zo goed kan drinken, te weinig melk binnen. Dit kan weer tot gevolg hebben dat je melkproductie niet goed op gang komt. Allemaal redenen dus om zeker in het begin voldoende tijd te nemen voor de voedingen.
De meeste baby’s drinken in de eerste paar weken zo’n twintig minuten per keer. Als jullie allebei de techniek van het voeden onder de knie hebben, zal je baby je borst in ongeveer tien tot vijftien minuten kunnen leegdrinken.


Beide borsten gebruiken

Laat je baby bij elke voeding uit beide borsten drinken. Vooral in het begin is het verstandig om halverwege van borst te wisselen. Zo wordt de melkproductie in beide borsten namelijk optimaal gestimuleerd. Waarschijnlijk zal je baby de tweede borst niet helemaal leegdrinken, omdat hij al genoeg heeft gehad. Begin de volgende voeding dan met de borst waarmee je de vorige keer bent geeindigd.


Dag- en nachtritme

Sommige baby’s lijken aanvankelijk de dag en de nacht te hebben omgedraaid. Zo kan het zijn dat je baby voornamelijk ’s nachts gevoed wil worden, terwijl hij de dag hoofdzakelijk gebruikt om te slapen. In het begin speelt het hormoon prolactine een belangrijke rol, omdat je lichaam dit juist ’s nachts in grote hoeveelheden aanmaakt. Zo krijgt je baby meer melk binnen. Nachtvoedingen hebben dus wel degelijk een functie. Na verloop van tijd kun je dit ritme in jouw voordeel omdraaien door hem overdag te wekken voor een voeding. Houd daarbij ongeveer het schema aan dat hij ’s nachts hanteert. Dus als hij ’s nachts om de drie uur gevoed wil worden, maak je hem overdag om de drie uur wakker.


Tijd nemen voor het voeden

In het algemeen geldt dat de voedingen het beste verlopen wanneer je er voldoende tijd voor neemt. Onzekerheid en gejaagdheid beïnvloeden de toevoer van je melk. Daardoor doet je baby er, juist wanneer jij haast hebt, langer over om zijn dorst te lessen. Bovendien slaat je eigen onrust meestal over op je kind, die daardoor minder ontspannen gaat drinken. Dat kan weer tot gevolg hebben dat hij te veel lucht binnenkrijgt bij het drinken en na het voeden last krijgt van boertjes of krampjes.


Regeldagen

Waarschijnlijk zul je rond de tiende dag na de geboorte merken dat je baby plotseling zijn voedingsritme verandert: hij wil ineens op andere tijden en met een andere frequentie gevoed worden dan voorheen. Bij zes weken herhaalt deze situatie zich en bij drie maanden nog eens. Deze perioden worden de regeldagen van je baby genoemd. Tijdens deze dagen geeft je kind aan dat hij toe is aan grotere porties voeding.
Hoewel ze je eigen ritme behoorlijk kunnen verstoren, is het toch verstandig om je tijdens de regeldagen te schikken naar de behoefte van je baby. Neem voldoende rust, drink wat meer dan normaal en leg je baby vaker aan om je borsten te stimuleren hun melkproductie te verhogen. Je zult merken dat er na een paar dagen vanzelf een nieuw ritme ontstaat. Daarbij is de tijd die tussen de voedingen ligt wat groter geworden en drinkt je kind per voeding meer en langer dan daarvoor.


Je houding tijdens het voeden

Het is belangrijk dat je een comfortabele houding vindt om je baby de borst te geven. Het moet een houding zijn die je lang kunt volhouden en waarin je je optimaal kunt ontspannen. Bovendien moet je baby daarbij goed in staat zijn om te drinken.
Welke houding je kiest, is vaak afhankelijk van je eigen voorkeur, het moment van de dag waarop de voeding plaatsvindt en de grootte van je baby. Als je er zeker van wilt zijn dat het voeden zowel voor jou als voor je baby zo comfortabel mogelijk is, kun je het best altijd een paar kussens bij de hand houden. Die gebruik je om je eigen lichaam en dat van je baby te ondersteune


Borstvoeding na een keizersnee

Als je borstvoeding wilt geven nadat je met een keizersnee bent bevallen, is het mogelijk dat je met een aantal problemen te maken krijgt.
De narcose zorgt ervoor dat je voeding later op gang komt. Vooral wanneer je onder volledige narcose bent bevallen. Het kan dan wel een week tot tien dagen duren, voordat er genoeg melk wordt aangemaakt. Wanneer je voeding eenmaal op gang is gekomen, kun je merken dat het zuigen van je baby zorgt voor een pijnlijk gevoel in je buik. Deze pijn ontstaat door het samentrekken van de baarmoeder tijdens het zuigen.

Verder kan het zijn dat je nog zoveel last hebt van de hechtingen, dat het moeilijk en pijnlijk is om een goede houding te vinden. Kies je ervoor om je baby zittend de borst te geven? Dan is het belangrijk dat je probeert om goed rechtop te zitten. Als je buikwand nog gevoelig is, kun je een kussen tussen jou en je baby leggen. Ook kan het prettig zijn om liggend te voeden, steunend op een elleboog met je kind op een kussen naast je.

Ondanks deze ongemakken betekent het niet dat je na een keizersnee maar beter kunt beslissen om geen borstvoeding te geven. Als je het echt wilt en genoeg geduld hebt, is borstvoeding geven ook na een keizersnee altijd het proberen waard. Het is namelijk ook goed mogelijk dat je weinig of zelfs helemaal geen problemen ervaart.

 

Bron: Voedingscentrum en wij.nl